Beenmerg aandoeningen

Bloedcellen worden gevormd in het beenmerg. Om precies te zijn in het rode beenmerg dat voorkomt binnen in de botten. Bij jonge dieren komt het rode beenmerg in vrijwel alle botten voor, maar op latere leeftijd beperkt het zich voornamelijk tot het bekken, de ribben en de schedel. Zowel de rode bloedcellen, de witte bloedcellen als de bloedplaatjes worden hier gevormd. Deze nieuwvorming is noodzakelijk omdat er voortdurend bloedcellen verloren gaan. Een rode bloedcel van een kat leeft bijvoorbeeld 85 dagen en bloedplaatjes gaan niet langer dan enkele dagen mee. Een actief beenmerg dat voortdurend nieuwe bloedcelen produceert is dus van groot belang. Bij mensen is berekend dat er iedere minuut 350 miljoen nieuwe bloedcellen aangemaakt worden.

 

Bloedarmoede door een beenmergaandoening 

De gevolgen van het onvoldoende functioneren van het beenmerg laten zich gemakkelijk raden. Doordat er onvoldoende nieuwe cellen aangemaakt worden ontstaat er een tekort en het dier krijgt bloedarmoede. Deze vorm van bloedarmoede ontstaat langzaam en dat geldt ook voor de verschijnselen. Meestal is er niet alleen sprake van een tekort aan rode bloedcellen, maar zijn er ook te weinig witte cellen en bloedplaatjes. De ziekte wordt aplastische anemie genoemd en kan verschillende oorzaken hebben.

 

 

 
Op de linker foto is normaal beenmerg zichtbaar. De paars/rode bolletjes zijn de, zich ontwikkelende, bloedcellen. De grote witte bollen zijn vetcellen. Op de rechter foto is te zien dat de bloedcellen grotendeels zijn vervangen door vetcellen.
 

 

Het kan veroorzaakt worden door bepaalde infecties, door medicijnen, door straling en door leukemie. Een af en toe voorkomende vorm wordt veroorzaakt door oestrogenen, vrouwelijke geslachtshormonen. De bron van de oestrogenen is vaak een tumor van een teelbal bij een reu of een eierstoktumor bij een teef. Ook toegediende oestrogenen, bijvoorbeeld om een ongewenste dracht af te breken, kunnen aplastische anemie veroorzaken.

 

Het beenmergbiopt

In het bloedmonster vinden we aanwijzingen voor wat genoemd wordt een niet regeneratieve anemie. Dit betekent dat er in het bloed te weinig jonge bloedcellen gevonden worden. De volgende stap in het onderzoek is dan een onderzoek naar de activiteit van het beenmerg.

Om vast te stellen of het beenmerg gezond is en voldoende bloedcellen aanmaakt worden wordt een beenmergbiopt genomen. Met een speciale naald wordt door het bot geprikt tot in de mergholte. Bij honden en katten gebeurt dit meestal in het heupbeen. Nadat de naald is ingebracht wordt een kleine hoeveelheid beenmerg opgezogen en uitgestreken op een glaasje. Honden hoeven hiervoor niet onder narcose. Een plaatselijke verdoving is meestal voldoende. Het beenmerguitstrijkje wordt onderzocht onder de microscoop.

Like deze pagina op Facebook:Share on Facebook
Facebook
0