Cursus laboratoriumdiagnostiek voor dierenartsen

In oktober 2015 start dierenarts Cris van der Meiden, op veler verzoek, met een cursus laboratoriumdiagnostiek voor dierenartsassistenten. Je kunt hier je e-mailadres doorgeven om op de hoogte gehouden te worden. 

[contact-form-7 id=”925″ title=”Aanmelding mailinglijst cursussen laboratoriumdiagnostiek”]

Aanvraag prijslijst dierenartsen

Aanvraag prijslijst dierenartsen

Formulier voor het aanvragen van een prijslijst vanaf de website van de EVBN.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stollingsstoornissen

Na beschadiging van een bloedvat dreigt er bloed weg te lekken uit het lichaam,  wat ernstige gevolgen voor het dier zou hebben. De bloedstolling, ook wel hemostase genoemd, zorgt ervoor dat de lekkage zo snel mogelijk gedicht wordt en ernstig bloedverlies wordt voorkomen. De bloedstolling komt tot stand door de activiteit van de trombocyten (bloedplaatjes) en een groot aantal eiwitten die stollingsfactoren genoemd worden.

Primaire bloedstolling

Na beschadiging van een bloedvat verzamelen trombocyten zich bij het beschadigde bloedvat en klonteren hier samen. Ze vormen een prop die met als doel het lekkende bloedvat zo snel mogelijk te dichten. Dit wordt de primaire stolling genoemd. Deze samenklontering van trombocyten zorgt voor een snelle maar instabiele afdichting van het bloedvat. Een belangrijke rol wordt hierbij gespeeld door een eiwit dat de de von Willebrandfactor (vWF) genoemd wordt.

Secundaire stolling

De tweede fase van de stolling wordt de secundaire bloedstolling genoemd. Het is een kettingreactie waarbij 12 verschillende stoffen een rol spelen. Deze stoffen worden de stollingsfactoren genoemd. Meestal worden ze aangeduid met de letter F, gevolgd door een Romeins cijfer. Het resultaat van deze kettingreactie is de vorming van  het eiwit fibrine. Fibrine is een eiwit dat lange draden vormt, de fibrinedraden. De fibrinedraden maken onderlinge verbindingen waardoor een driedimensionaal netwerk ontstaat. Binnen dit fibrinenetwerk worden bloedplaatjes en rode bloedcellen gevangen. Dit netwerk van fibrinedraden met daarin de bloedcellen vormt het uiteindelijke bloedstolsel.

Stoornissen in de primaire bloedstolling

We spreken van een stoornis in de primaire stolling wanneer er iets mis gaat met de vorming van de prop  van trombocyten.

Trombopenie

Wanneer er te weinig bloedplaatjes aanwezig zijn in het bloed wordt van trombopenie gesproken. Het is de meest voorkomende oorzaak van een gestoorde primaire stolling. Gezonde dieren hebben 200 tot 500 miljard trombocyten per liter bloed. De reservecapaciteit is groot. Pas wanneer het aantal lager wordt dan 40 miljard kunnen er problemen optreden met de bloedstolling.

Puntbloedingen in de huid van deze hond zijn een teken van problemen met de primaire bloedstolling.

Puntbloedingen in de huid van deze hond zijn een teken van problemen met de primaire bloedstolling.

Er bestaat ook een aandoening waarbij de trombocyten niet goed functioneren. Dit wordt trombopathie genoemd. Het kan veroorzaakt worden door een aantal ziekten waaronder een infectie met Ehrlichia, bepaalde vormen van leukemie, aandoeningen aan de lever of de nieren en alvleesklierontsteking. Van een aantal medicijnen, waaronder bepaalde pijnstillers, is ook bekend dat ze een negatieve  invloed hebben op het functioneren van trombocyten.

Ziekte van von Willebrand

Bij de vorming van de trombocytenprop speelt de von Willebrand factor een belangrijke rol. Het fungeert als een soort kitstof die de trombocyten aan elkaar kit. Zowel bij honden als bij katten komt een erfelijke stollingsstoornis voor die de ziekte van von Willebrand genoemd wordt, naar de Finse arts Erik von Willebrand die de ziekte bij mensen heeft ontdekt. Patiënten die aan deze ziekte lijden maken te weinig von Willebrandfactor (vWF) aan, met als mogelijk gevolg een slecht functionerende primaire stolling.

De ernst van de ziekte kan sterk varieren. Bij sommige dieren heeft het geen enkele consequentie terwijl anderen een duidelijk toegenomen bloedingsneiging hebben. De diagnose kan gesteld worden door de concentratie van de von Willebrand’s factor in het bloed te bepalen.

Bij sommige rassen zien we de ziekte van von Willebrand relatief vaak, bijvoorbeeld bij de Doberman pinchers.  Het gaat om een erfelijke aandoening en bij enkele rassen is de plaats van het gendefect bekend. Via DNA onderzoek kan bij deze rassen vastgesteld worden of het dier de ziekte heeft, of drager is van het gen.

Verschijnselen bij een gestoorde primaire stolling 

Bloedingen op de huid, bloedingen op de slijmvliezen, neusbloedingen, rode urine en bloed in de ontlasting of zwarte ontlasting zijn symptomen die kunnen wijzen op een probleem m et de primaire stolling. Verder onderzoek zal uit moeten wijzen of er sprake is van een probleem met de trombocyten of dat het dier lijdt aan de ziekte van von Willebrand. Ook is het mogelijk dat er sprake is van een aandoening aan de bloedvatwand. Dit laatste zien we echter zelden.

Stoornissen in de secundaire stolling

Een storing in de secundaire stolling ontstaat wanneer een of meer stollingsfactoren ontbreken of in een te lage concentratie worden aangemaakt. Een aantal van deze ziekten is erfelijk. Zo kennen we bij de hond hemofilie A, waarbij de factor VIII ontbreekt en de hemofilie B door een tekort aan factor IX.

Een gestoorde secundaire stolling kan ook het gevolg zijn van een vergiftiging met rattengif. De werkzame stof in dit gif verstoort de aanmaak van een aantal stollingsfactoren. Meer over deze aandoening valt te lezen in betreffende  het artikel op deze website.

Omdat de lever een belangrijke rol speelt bij de productie van stollingsfactoren hebben patiënten met een ernstige leverziekte soms problemen met de bloedstolling ten gevolge van een tekort aan stollingsfactoren.

Dieren die veel bloed verloren hebben krijgen soms problemen met de stolling. De reden is dat door de bloedingen veel stollingsfactoren verbruikt zijn. Dit wordt verbruikscoagulopathie genoemd. Het treedt niet snel op, maar bij massaal of langdurig bloedverlies kan het de oorzaak zijn van stollingsproblemen.

Verschijnselen bij een gestoorde secundaire stolling

Bij een probleem met de primaire stolling zien we de bloedingen dus vooral op de huid en de slijmvliezen. Bij een storing in de secundaire stolling staan daarentegen bloedingen in de lichaamsholten op de voorgrond. In de buikholte of de borstholte, maar ook in een of meer gewrichten kunnen de bloedingen optreden. De verschijnselen zijn  afhankelijk van de plaats van de bloeding. Kreupelheid bijvoorbeeld bij een bloeding in een gewricht en hoesten ingeval van een bloeding in de longen.

 

Beenmerg aandoeningen

Bloedcellen worden gevormd in het beenmerg. Om precies te zijn in het rode beenmerg dat voorkomt binnen in de botten. Bij jonge dieren komt het rode beenmerg in vrijwel alle botten voor, maar op latere leeftijd beperkt het zich voornamelijk tot het bekken, de ribben en de schedel. Zowel de rode bloedcellen, de witte bloedcellen als de bloedplaatjes worden hier gevormd. Deze nieuwvorming is noodzakelijk omdat er voortdurend bloedcellen verloren gaan. Een rode bloedcel van een kat leeft bijvoorbeeld 85 dagen en bloedplaatjes gaan niet langer dan enkele dagen mee. Een actief beenmerg dat voortdurend nieuwe bloedcelen produceert is dus van groot belang. Bij mensen is berekend dat er iedere minuut 350 miljoen nieuwe bloedcellen aangemaakt worden.

 

Bloedarmoede door een beenmergaandoening 

De gevolgen van het onvoldoende functioneren van het beenmerg laten zich gemakkelijk raden. Doordat er onvoldoende nieuwe cellen aangemaakt worden ontstaat er een tekort en het dier krijgt bloedarmoede. Deze vorm van bloedarmoede ontstaat langzaam en dat geldt ook voor de verschijnselen. Meestal is er niet alleen sprake van een tekort aan rode bloedcellen, maar zijn er ook te weinig witte cellen en bloedplaatjes. De ziekte wordt aplastische anemie genoemd en kan verschillende oorzaken hebben.

 

 

 
Op de linker foto is normaal beenmerg zichtbaar. De paars/rode bolletjes zijn de, zich ontwikkelende, bloedcellen. De grote witte bollen zijn vetcellen. Op de rechter foto is te zien dat de bloedcellen grotendeels zijn vervangen door vetcellen.
 

 

Het kan veroorzaakt worden door bepaalde infecties, door medicijnen, door straling en door leukemie. Een af en toe voorkomende vorm wordt veroorzaakt door oestrogenen, vrouwelijke geslachtshormonen. De bron van de oestrogenen is vaak een tumor van een teelbal bij een reu of een eierstoktumor bij een teef. Ook toegediende oestrogenen, bijvoorbeeld om een ongewenste dracht af te breken, kunnen aplastische anemie veroorzaken.

 

Het beenmergbiopt

In het bloedmonster vinden we aanwijzingen voor wat genoemd wordt een niet regeneratieve anemie. Dit betekent dat er in het bloed te weinig jonge bloedcellen gevonden worden. De volgende stap in het onderzoek is dan een onderzoek naar de activiteit van het beenmerg.

Om vast te stellen of het beenmerg gezond is en voldoende bloedcellen aanmaakt worden wordt een beenmergbiopt genomen. Met een speciale naald wordt door het bot geprikt tot in de mergholte. Bij honden en katten gebeurt dit meestal in het heupbeen. Nadat de naald is ingebracht wordt een kleine hoeveelheid beenmerg opgezogen en uitgestreken op een glaasje. Honden hoeven hiervoor niet onder narcose. Een plaatselijke verdoving is meestal voldoende. Het beenmerguitstrijkje wordt onderzocht onder de microscoop.

Bloedingen

Bloedverlies ten gevolge van een bloeding kan de oorzaak zijn van bloedarmoede. Op basis van de oorzaak onderscheiden we een aantal soorten bloedingen.

Traumatische bloedingen

Onder traumatische bloedingen worden bloedingen verstaan die het gevolg zijn van een ongeval. Allerlei ongevallen, onder een auto komen, door een ruit springen, verwonden aan een scherp voorwerp enz. enz. kunnen wonden veroorzaken van waaruit bloedverlies optreedt. Vaak zorgt de bloedstolling er voor dat het bloedverlies op tijd stopt, of wordt van buitenaf ingegrepen en wordt de bloeding gestelpt. Bloedarmoede ten gevolge van een traumatische bloeding is om die reden niet vaak  zodanig ernstig dat een bloedtransfusie noodzakelijk is. Een gezond dier is bovendien in staat om het verloren bloed in enkele dagen weer aan te vullen. Een enkele keer is er zoveel bloed verloren gegaan dat een bloedtransfusie gegeven moet worden.

Bloeding vanuit een tumor

Tijdens de groei van een tumor kunnen bloedvaatjes in de tumor stuk gaan waardoor een bloeding ontstaat. Als de tumor aan de buitenzijde zichtbaar is, zoals bijvoorbeeld bij een melkkliertumor, dan zal snel opvallen dat er bloedverlies optreedt en kunnen tijdig maatregelen genomen worden. Een tumor in de blaas verraadt zich doordat het dier rode urine gaat produceren. Anders is het wanneer de bloedende tumor in de buik of in de borstholte zit. Een dergelijke bloeding kan lang onopgemerkt blijven. In het bloed vinden we aanwijzingen voor bloedarmoede ten gevolge van (chronisch) bloedverlies en de volgende stap is het vinden van de oorzaak van de bloeding. Röntgen- en echo-onderzoek zijn bij dit soort patiënten vaak van grote waarde.

Baarmoederbloeding

Tijdens en kort na de geboorte treden soms bloedingen op bij het moederdier. Het passeren van de pups en kittens kan de geboorteweg beschadigen, en bij het loslaten van de placenta’s (nageboortes) ontstaan soms bloedingen in de baarmoeder. Vaak stoppen deze bloedingen uit zichzelf, maar een enkele keer blijft het bloedverlies aanhouden. Snel ingrijpen in de vorm van een operatie, eventueel voorafgegaan door een bloedtransfusie, moet dan het leven van het moederdier redden.  

Maag-darmbloedingen

Bloedingen in het maag-darmkanaal kunnen veroorzaakt worden door tumoren, maar ook doorzweren, ontstekingen in het slijmvlies van maag of darmen of door de aanwezigheid van een voorwerp dat is ingeslikt. Soms is het bloedverlies gering en onopvallend, maar het kan ook hevig zijn en (ernstige) bloedarmoede veroorzaken. Als het bloedverlies in de dikke darm optreedt zal het bloed zichtbaar zijn in de ontlasting. Treedt het bloedverlies op in het begin van het maag-darmkanaal, de maag of de dunne darm, dan zal de ontlasting zwart verkleuren. Zwarte, teer-achtige ontlasting is daarom altijd een reden om een dierenarts op te zoeken.

Bloeding ten gevolge van een stollingsstoornis

Bloedverlies kan ook optreden omdat het bloed niet meer kan stollen. Kleine verwondingen blijven bloeden en ook de, regelmatig in het  lichaam voorkomende, spontane, bloedingen stoppen niet meer en kunnen bloedverlies veroorzaken. Dit kan bijvoorbeeld zichtbaar worden in de vorm van  blauwe plekken op de huid, spontane neusbloedingen, rode urine of zwarte ontlasting. Treedt de bloeding op in de buik of in de borstholte dan kan dat lang onopgemerkt blijven. Soms valt alleen de bloedarmoede op en moeten röntgen- of echo-onderzoek de inwendige bloeding aan het licht brengen.
Stollingsstoornissen kunnen het gevolg zijn van een aangeboren of verkregen stollingsdefect, een vergiftiging (rattengif) of een tekort aan bloedplaatjes.

Ziektekostenverzekeringen

De mogelijkheden voor de behandeling van honden en katten zijn de laatste jaren enorm toegenomen. De kosten van een behandeling kunnen echter snel oplopen. Gelukkig is er tegenwoordig de mogelijkheid om een ziektekostenverzekering voor hond, kat  of konijn af te sluiten. Er zijn diverse verzekeraars die een dergelijke ziektekostenverzekering voor uw huisdier aanbieden.

Stelt u zich eens voor: uw hond komt onder een auto en blijkt een botbreuk te hebben die geopereerd moet worden. Of er wordt een kwaadaardig gezwel vastgesteld bij uw hond en het dier moet behandeld worden met een chemokuur. Gelukkig is er tegenwoordig erg veel mogelijk in de diergeneeskunde: moderne onderzoekstechnieken, uitgebreide operaties, bloedtransfusies en behandelingen met chemokuren maken dat veel dieren die vroeger dood zouden gaan nu behandeld kunnen worden. Al deze moderne behandelmogelijkheden hebben echter één overeenkomst: ze zijn duur! En de kosten van een behandeling zijn niet zelden de reden om een hond of kat in te laten slapen in plaats van te laten behandelen.

Gelukkig is het tegenwoordig mogelijk om een huisdier te verzekeren tegen ziektekosten. Door een ziektekostenverzekering voor uw hond of kat af te sluiten hoeven de kosten niet meer de reden te zijn om van behandeling af te zien. Bij sommige verzekeringen hoeft u de behandelkosten zelfs niet meer voor te schieten en brengen wij de kosten rechtstreeks bij de verzekeraar in rekening. De bekendste verzekeringen zijn die van Petplan, Proteq en de Ohra, maar ook de Hema en het Kruidvat bieden een ziektekostenverzekering voor uw hond of kat. Vergelijkt u de voorwaarden nauwkeurig. Ze verschillen nogal tussen de diverse pakketten en maatschappijen.

 

Gespreide betaling van de nota