Neonatale erytrolyse

Bij katten komt een aandoening voor die neonatale erytrolyse genoemd wordt. Letterlijk betekent deze term ‘afbraak van rode bloedcellen bij pasgeborenen’. Het is een ziekte die we zien bij pasgeboren kittens met de bloedgroep A die geboren zijn uit een moeder die de bloedgroep B heeft. Katten met de bloedgroep B hebben antistoffen tegen A en die anti-A antistoffen zorgen voor de afbraak van de rode bloedcellen van het kitten. Tijdens de dracht gebeurt dit niet omdat de placenta van de kat geen antistoffen doorlaat. Kort na de geboorte kan dit echter wel gebeuren omdat de antistoffen in de biest, de melk die de eerste twee dagen geproduceerd wordt, voorkomen.  Het gevolg is dat deze anti-A antistoffen afbraak veroorzaken van de rode bloedcellen van het kitten. Een dergelijk dier krijgt bloedarmoede, wordt geel door de afbraakproducten van de rode bloedcellen (icterus) en gaat in de meeste gevallen snel dood. De ziekte is enigszins vergelijkbaar met de Rhesus problemen bij pasgeboren kinderen.

Preventie van neonatale iso-erytrolyse
De neus en de tong van dit pasgeboren kitten zijn geel door de bloedafbraak. Anti A antistoffen hebben de bloedcellen van het kitten afgebroken. (Foto: Prof. Dr. Urs Giger, University of Pennsylvania, USA

Een kitten met iso erytrolyse. Neus, tong en voetzooltjes zijn oranje-rood gekleurd door de afbraakproducten van de rode bloedcellen.
(Foto: Prof. Dr. Urs Giger, University of Pennsylvania, USA)

Neonatale iso-erytrolyse kan voorkomen worden door de kittens de eerste dagen niet te laten drinken bij de moeder. Hieraan kleeft echter een groot bezwaar. De eerste dagen na de geboorte worden niet alleen de ongewenste anti-A antistoffen overgedragen, maar ook allerlei, zeer gewenste, antistoffen die de kittens bescherming geven tegen diverse infecties. Kittens die deze beschermende antistoffen niet ontvangen zijn dus zeer vatbaar voor allerlei infectieziekten. Het is dus beter om te voorkomen dat het probleem ontstaat. En dat laatste kan door poezen met de bloedgroep B uitsluitend te laten dekken door een kater die dezelfde bloedgroep heeft. Uit een dergelijke kruising zullen namelijk alleen kittens met de bloedgroep B geboren worden en die zullen geen problemen ondervinden van de anti-A antistoffen van de moeder.

Het zal duidelijk zijn dat problemen met neonatale erytrolyse vooral te verwachten zijn bij de rassen waar de bloedgroep B regelmatig voorkomt. Voordat met een poes van een dergelijk ras gefokt gaat worden is het dus van belang om de bloedgroep te laten bepalen en vervolgens een kater te selecteren met een passende bloedgroep.

Theoretisch zou het probleem ook voor kunnen komen bij een poes met de bloedgroep A die één of meer kittens krijgt met de bloedgroep B.  Katten met de bloedgroep A hebben echter niet erg veel anti-B antistoffen, waardoor dit in de praktijk geen problemen geeft. Bij poezen met de zeldzame bloedgroep AB zal het probleem ook niet optreden. Deze dieren hebben geen antistoffen tegen A en ook niet tegen de bloedgroep B.

Het doel van dit artikel is achtergrondinformatie te geven over een bepaalde aandoening. Het vervangt niet het advies van een dierenarts en het is zeker niet de bedoeling dat u zelf de diagnose gaat stellen. Raadpleeg altijd een dierenarts als u twijfelt aan de gezondheid van uw hond of kat.

 

 

© 2015, Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland. Copyright en disclaimer

Rattengif

 

Met de naam coumarinen wordt een groep van stoffen aangeduid die gebruikt worden als bestrijdingsmiddel voor ratten en muizen. De werkzaamheid berust op de stollingsremmende eigenschappen van deze stoffen. Coumarinen remmen de vorming van de zogenaamde vitamine K afhankelijke stollingsfactoren. Daardoor wordt de concentratie van deze factoren (II, VII, IX en X) te laag en is het bloed niet meer in staat om te stollen. De rat of muis die van dit gif gegeten heeft zal dood gaan ten gevolge van uitwendige of inwendige bloedingen.

Rattengif wordt meestal aangeboden in de vorm van graankorrels of pellets waar het gif in verwerkt is. De kleur van het product is vaak fel rood of blauw, zodat het voor mensen direct duidelijk is dat het niet om gewone graankorrels gaat. Voor honden geldt dit uiteraard niet. Niet zelden gebeurt het dat een hond het gif kan bereiken en het vervolgens opeet, met een vergiftiging als gevolg. Hoe ernstig die vergiftiging is hangt af van de het soort rattengif en de opgenomen hoeveelheid. In het algemeen zijn vergiftigingen met rattengif echter ernstig en levensbedreigend.

Verschijnselen van een vergiftiging met rattengif

De eerste verschijnselen zijn niet eerder dan 3 tot 4 dagen na opname van het gif te verwachten. Dit is belangrijk om te weten. Denk dus niet wanneer uw hond een dag na opname van het gif vrolijk rondloopt en z’n bak keurig leeg eet dat het wel mee zal vallen. Niets is minder waar. De ellende gaat nog komen!
De verschijnselen worden veroorzaakt door bloedingen en de plaats van de bloeding bepaalt welke verschijnselen de hond zal vertonen. Bij neusbloedingen zal een bloedneus opvallen, bloedingen in de blaas veroorzaken rode urine en wanneer de bloedingen in het maag-darmkanaal optreden zal de ontlasting zwart of rood zijn. Rattengif kaderIn de meeste gevallen echter zullen de bloedingen niet uitwendig optreden, maar inwendig. In de buikholte bijvoorbeeld, maar vooral de borstholte is een plaats waar honden die rattengif gegeten hebben vaak bloeden. Aan de buitenzijde van het dier is in dat geval niets van een bloeding te zien. Slechts de gevolgen van de bloeding zijn zichtbaar. Bleke slijmvliezen, weinig uithoudingsvermogen en een bonzend hart zijn het gevolg van de bloedarmoede. Nogal eens vertonen honden met een cumarinevergiftiging hoesten of een kuchje ten gevolge van de ophoping van bloed in de borstholte of de longen.

Diagnose

Als gezien wordt dat de hond rattengif eet, of wanneer de rattengifkorrels in de ontlasting gevonden worden is de diagnose snel gesteld. Vaak bestaat er echter onzekerheid over de opname van rattengif, of is de eigenaar zich zelfs van geen kwaad bewust. Zeer regelmatig komt het voor dat de hond rattengif eet terwijl de eigenaar niet wist dat dit in de buurt te vinden was. Een hele enkele keer wordt een hond bewust vergiftigd, maar dit komt maar weinig voor.
De diagnose kan gesteld worden met behulp van bloedstollingonderzoek. Dit onderzoek is in het laboratorium van de EVBN beschikbaar.

Deze Australian shepherd vertoont ernstige bloedingen ten gevolge van rattengif. Via de infuusslang wordt bloedplasma toegediend waarna de bloeding stopte.

Deze hond vertoont ernstige bloedingen ten gevolge van rattengif. Via de infuusslang wordt bloedplasma toegediend.


Behandeling

Als gezien wordt dat een hond rattengif eet is het van belang om zo snel mogelijk een dierenarts op te zoeken. Deze zal de hond laten braken waardoor het gif uit de maag wordt verwijderd. Dit kan tot 2 uur na opname van het rattengif. Daarna is het gif vanuit de maag in de darm gekomen en heeft braken geen zin meer. Het dier zal dan behandeld gaan worden met tabletten die de werking van het gif tegen gaan. Hoe lang de hond hiermee behandeld moet worden hangt af van het soort gif en de opgenomen hoeveelheid.
Zijn er eenmaal verschijnselen in de vorm van inwendige of uitwendige bloedingen  aanwezig, dan zijn meer maatregelen nodig. . Het leven van het dier kan in dat geval gered worden door zo snel mogelijk de missende stollingsfactoren aan te vullen. Dit gebeurt door een transfusie met bloedplasma. Dit zal de bloedingen binnen 1 tot anderhalf uur stoppen.Als het dier erg veel bloed verloren heeft is het soms zelfs nodig om een bloedtransfusie te geven. Ook na de plasmatransfusie zal de hond nog enkele weken tabletten moeten gebruiken om de aanmaak van nieuwe stollingsfactoren mogelijk te maken. 

Rattengif bij de kat

Rattengifvergiftigingen van katten komen ook voor, zij het veel minder vaak dan bij de hond. De reden is dat er niet veel katten zijn die graankorrels eten. Vergiftigingen bij katten worden meestal veroorzaakt door het eten van een vergiftigde muis.

Het doel van dit artikel is achtergrondinformatie te geven over een bepaalde aandoening. Het vervangt niet het advies van een dierenarts en het is zeker niet de bedoeling dat u zelf de diagnose gaat stellen. Raadpleeg altijd een dierenarts als u twijfelt aan de gezondheid van uw hond of kat.

 © 2015, Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland. Copyright en disclaimer

Babesia canis

Babesiosis, ook wel tekenkoorts genoemd, is een ziekte die veroorzaakt wordt door de eencellige parasiet Babesia canis. Babesia parasieten worden overgebracht door teken. Er zijn in de wereld diverse soorten Babesia’s die door verschillende tekensoorten overgebracht worden. De in ons land algemeen voorkomende schapenteek Ixodes ricinus  is niet besmet met deze parasiet. Dit geldt wel voor de zogenaamde Dermacentor teek. Deze tekensoort komt veel voor in het zuiden van Europa en veroorzaakt daar regelmatig babesiosis bij  honden. Dieren die vanuit Nederland mee gaan op vakantie naar een gebied in het zuiden van Europa lopen ook de kans om besmet te worden met deze parasiet.

Verspreidingsgebied van de Dermacentor teek

De Dermacentor teek, volledige naam Dermacentor reticularis, is een tekensoort die vooral voorkomt in de tropen en de subtropen. In ons land kennen we deze teek als veroorzaker van Babesiosis bij honden die in een Zuid Europees land geweest zijn. De noordgrens van het verspreidingsgebied is echter de afgelopen jaren steeds verder naar boven opgeschoven. En ook in Nederland is de teek inmiddels te vinden. Er heeft zich de afgelopen jaren een aantal gevallen van Babesiosis voorgedaan bij honden die niet buiten Nederland geweest waren. Babesiosis is dus niet meer een ziekte die uitsluitend voorkomt bij honden van vakantiegangers naar Zuid Europa. Het gevaar voor besmetting is in de zuid Europese landen vele malen groter dan in Nederland, maar ook besmetting in ons eigen land is mogelijk.

Babesiosis

Een hond raakt geïnfecteerd met de Babesia parasiet door een beet van een besmette Dermacentor teek. De parasieten nestelen zich vervolgens in de rode bloedcellen, wat er toe leidt dat deze openbarsten (hemolyse). Honden met een Babesia infectie ontwikkelen daardoor bloedarmoede.

Verschijnselen

De eerste verschijnselen zijn te verwachten 2 tot 4 weken na het contact met de teek. De beschadiging van de rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede, met als gevolg bleke slijmvliezen. De infectie veroorzaakt koorts die vaak hoog is. Het kapot gaan van de rode cellen heeft tot gevolg dat de rode bloedkleurstof (hemoglobine) vrij komt en vervolgens de urine rood gaat kleuren.

Sloomheid, bleke slijmvliezen rood gekleurde urine en koorts zijn verschijnselen die we in eerste instantie vaak zien bij een hond met een Babesia infectie. In het verdere verloop kunnen allerlei verschillende symptomen optreden, afhankelijk van de organen die beschadigd raken. 

Diagnose
In drie rode bloedcellen zijn de peervormige babesia canis parasieten zichtbaar.

In drie rode bloedcellen zijn de peervormige Babesia canis parasieten zichtbaar.

De hierboven genoemde combinatie van verschijnselen maken dat een dier verdacht is van een Babesia infectie, zeker wanneer de hond enkele weken daarvoor in een Zuid-Europees land geweest is. De combinatie van verschijnselen kan echter ook door andere ziekten veroorzaakt worden. Een voorbeeld is Immuungemedieerde Hemolytische Anemie (IMHA). Een gedegen onderzoek is dus nodig om vast te stellen of er werkelijk sprake is van babesiosis, of dat er een andere oorzaak is.

In een bloeduitstrijkje zijn soms de parasieten zichtbaar, waarmee de diagnose direct gesteld is. Defoto laat in drie erytrocyten de babesia parasieten zien.
Het lukt niet altijd om de parasiet in een bloeduitstrijkje te identificeren. Daarom zijn vaak andere onderzoeken nodig om de diagnose te te stellen. Er kan gekeken worden naar antistoffen tegen de parasiet en de meest gevoelige test is de PCR. 

Behandeling

De behandeling bestaat uit de toediening van medicijnen die de Babesia parasiet doden. Het middel (Imidocarb) is in Nederland niet verkrijgbaar. Bij de EVBN hebben we het op voorraad. Vaak is de toestand van de patiënt ten gevolge van de bloedarmoede zo ernstig dat ondersteunende maatregelen nodig zijn en soms zelfs een bloedtransfusie.

Preventie

Optimale tekenbestrijding is van belang om de kans op een Babesia infectie zo klein mogelijk te maken. Dit geldt zeker wanneer u uw hond meeneemt op vakantie naar het zuiden van Europa, waar de Dermacentor teek voorkomt.Eigenlijk is het beste advies uw hond niet mee te nemen op vakantie naar het zuiden.

De Dermacentor teek wordt af en toe ook in Nederland aangetroffen. Gevallen van babesiosis bij honden die niet in het buitenland geweest waren zijn ook bekend. Ook in ons land kunnen honden dus besmet raken met deze parasiet. De grootste bedreiging blijft echter uit zuidelijker regionen komen, waar deze teek algemeen voorkomt.

Waarschuwing: Het doel van dit artikel is achtergrondinformatie te geven over een bepaalde aandoening. Het vervangt niet het advies van een dierenarts en het is zeker niet de bedoeling dat u zelf de diagnose gaat stellen. Raadpleeg altijd een dierenarts als u twijfelt aan de gezondheid van uw hond of kat. 

Leukemie en lymfoom

Net als in andere weefsels en organen in het lichaam kan ook in het bloed kanker ontstaan. Bloedkanker is een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen waarbij de bloedcellen ongebreideld gaan delen. Waarom dat gebeurt weten we meestal niet. Blootstelling aan bepaalde chemische stoffen en straling kunnen een rol spelen. Uit het feit dat we het bij bepaalde rassen vaker zien mag je concluderen dat erfelijkheid ook van invloed is. Bij katten is een virus bekend dat bloedkanker veroorzaakt, het Feline Leukemie Virus  (FeLV). 

Tussen de rode bloedcellen liggen 7 kankercellen. Deze hond heeft leukemie.

Bloeduitstrijkje van een hond met leukemie. Tussen de rode bloedcellen liggen 7 kankercellen, lymfoblasten genoemd.

Leukemie

Bloedkanker wordt onderverdeeld in diverse typen. Als de kankercellen witte bloedcellen uit het beenmerg zijn dan spreken we van leukemie. Bij een hond of kat met leukemie ontstaan de kankercellen in het beenmerg en gaan ze van daaruit naar het bloed. In een bloedmonster kan dan meestal de diagnose leukemie gesteld worden. Het type leukemie wordt genoemd naar het type witte bloedcel dat tumoreus geworden is. Verder onderscheiden we van alle typen een acute en een chronische vorm. Er bestaan dus diverse soorten leukemie.

Lymfoom

Als de kanker uitgaat van lymfocyten, een bepaald type witte bloedcellen, dan spreken we van een maligne lymfoom. Maligne lymfomen vinden we vaak in de lymfklieren of de milt. Lymfomen zijn de meest voorkomende vorm van kanker bij de hond. Vaak hebben honden met een maligne lymfoom grote lymfklieren. Om de diagnose te stellen wordt een zuigbiopt genomen waarin de kankercellen te zien zijn.  Hiermee zijn we er echter niet. Om te kunnen bepalen  welke behandeling ingesteld moet worden en wat van de behandeling verwacht mag worden zullen we meer moeten weten. Hiervoor worden biopten onderzocht door een patholoog, die het type lymfoom gaat bepalen. Met deze informatie kunnen we u adviseren over de mogelijkheden en vooruitzichten.

 

Bloedarmoede bij nieraandoeningen

Bij dieren met een chronische nieraandoening zien we vaak bloedarmoede. Vooral bij katten met nierproblemen komt dit regelmatig voor. De bloedarmoede kan gering en zonder verschijnselen zijn maar ook ernstig en zelfs levensbedreigend.

Oorzaak van bloedarmoede bij een nierpatiënt

Er zijn verschillende redenen waarom dieren met een chronische nieraandoening anemie ontwikkelen. De belangrijkste oorzaak voor de bloedarmoede is dat de nieren een rol spelen bij de aanmaak van nieuwe bloedcellen. Ze doen dit door de productie van een hormoon, het erythropoetine (EPO), dat het beenmerg stimuleert tot het maken van rode bloedcellen. Wanneer er, zoals bij dieren met een chronische nieraandoening, onvoldoende van dit hormoon aangemaakt wordt zal het beenmerg te weinig bloedcellen aanmaken om de verouderde cellen te vervangen. Dit veroorzaakt op den duur bloedarmoede die langzaam erger wordt. Verder is er bij dieren met chronisch nierlijden vaak sprake van aantasting van het beenmerg, zijn de rode bloedcellen kwetsbaarder waardoor ze sneller uitvallen en treden er kleine bloedingen op in het maag-darmkanaal. Tenslotte hebben dieren met een chronische nieraandoening soms te weinig ijzer in hun bloed.

Bij katten met een chronisch nierprobleem is soms een bloedtransfusie nodig om de bloedarmoede te bestrijden.

Bij katten met een chronisch nierprobleem is soms een bloedtransfusie nodig om de bloedarmoede te bestrijden.

Behandeling

Omdat er verschillende oorzaken kunnen zijn voor de bloedarmoede bij een dier met een chronische nieraandoening, valt niet op voorhand te zeggen wat de beste therapie is. Onderzoek zal uit moeten wijzen welke behandeling bij een bepaalde patiënt het meest effectief zal zijn. Toediening van het hormoon EPO speelt vaak een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met bloedarmoede ten gevolge van een nieraandoening. In ernstige gevallen is een bloedtransfusie noodzakelijk.

 

 

Hemangiosarcoom bij de hond

Een hemangiosarcoom is een tumor van de bloedvaten. Hemangiosarcomen komen voor in de huid, op het hart en in de buikorganen. Het zijn agressieve, kwaadaardige tumoren die snel uitzaaien naar andere organen. Bloedarmoede is het meest voorkomende verschijnsel. Hemangiosarcomen worden regelmatig gezien bij honden. Bij katten zijn ze zeldzaam.

Hemangiosarcoom in de huid
hemangiosarcoma

Een hemangiosarcoom in de huid bij een Golden retriever.

Een hemangiosarcoom in de huid ziet er uit als paars of zwart knobbeltje. De onbehaarde huid van de buik of de voorhuid zijn plaatsen waar ze het vaakst voorkomen. De tumoren zijn pijnloos en de hond is er niet ziek van. Toch is het een ernstige, levensbedreigende aandoening. De tumor zaait snel uit naar andere delen van het lichaam en moet daarom zo snel mogelijk chirurgisch verwijderd worden, eventueel gevolgd door chemotherapie. Het hemangiosarcoom in de huid is een van de voorbeelden van onschuldig lijkende knobbeltjes die snel en adekwaat behandeld moeten worden. Hier is ‘afwachten’ geen goede strategie!

Hemangiosarcoom in de milt

Vaker komen hemangiosarcomen voor in de buik. In principe kunnen ze in alle buikorganen voorkomen, maar de meest voorkomende plaats is de milt. Het hemangiosarcoom van de milt is een tumor die regelmatig gezien wordt bij grote honden van middelbare tot oudere leeftijd. Bij bepaalde rassen zien we deze tumor vaker dan bij andere. Het betreft hier onder andere de Duitse herder, de Golden retriever, Berner sennenhond en de Flatcoated retriever. Verschijnselen zijn er in eerste instantie in het geheel niet. De tumor veroorzaakt geen pijn en de hond voelt zich niet ziek. De tumor groeit langzaam door en niets wijst erop dat de hond aan een levensbedreigende ziekte lijdt. Ziekteverschijnselen ontstaan meestal pas wanneer de tumor gaat bloeden. Sloomheid, verminderd uithoudingsvermogen, gebrek aan eetlust en bleke slijmvliezen worden veroorzaakt door de ontstane bloedarmoede. Als de tumor scheurt kan de bloeding zo heftig zijn dat het dier binnen enkele uren in shock raakt.

Behandeling

Behandeling bestaat uit het operatief verwijderen van de milt met daarin de tumor. Als het bloedverlies ernstig is zal de hond eerst gestabiliseerd worden met een bloedtransfusie. Na de operatie knappen de meeste honden snel op. De vooruitzichten zijn echter somber. Door het lange tijd ontbreken van verschijnselen wordt de diagnose vaak in een laat stadium gesteld. En omdat een hemangiosarcoom een agressieve, kwaadaardige tumor is zijn er vaak al uitzaaiingen op moment van behandeling. Deze uitzaaiingen zullen na verloop van tijd ook gaan bloeden, en dan is behandeling niet meer mogelijk. Honden waarbij een bloedende milttumor verwijderd is leven gemiddeld nog een maand of drie.

Het is mogelijk om een behandeling te starten met chemotherapie. Deze wordt meestal goed verdragen en geeft nauwelijks bijverschijnselen. De te verwachten levensduur wordt hiermee verlengd naar gemiddeld ongeveer 6 maanden. Een enkele hond leeft nog een jaar.

Het doel van dit artikel is achtergrondinformatie te geven over een bepaalde aandoening. Het vervangt niet het advies van een dierenarts en het is zeker niet de bedoeling dat u zelf de diagnose gaat stellen. Raadpleeg altijd een dierenarts als u twijfelt aan de gezondheid van uw hond of kat.

Immuungemedieerde Hemolytische Anemie

Immuungemedieerde Hemolytische Anemie (IMHA) is een aandoening waarbij het dier zijn eigen rode bloedcellen afbreekt. Deze afbraak van eigen cellen is het gevolg van een abnormale immuunreactie. Het immuunsysteem, ook wel het afweersysteem genoemd, herkent de rode bloedcellen niet meer als lichaamseigen cellen en reageert erop als waren het indringers van buiten. Net als in het geval van een infectie met een virus of een bacterie zorgt het immuunsysteem er vervolgens voor dat de bloedcel wordt vernietigd. IMHA is een van de meest voorkomende oorzaken van bloedarmoede bij de hond en de kat.

Oorzaken van IMHA

IMHA kan verdeeld worden in twee typen: de primaire vorm, ook wel de auto-immuunhemolytische anemie genoemd, en de secundaire vorm. In geval van primaire IMHA is er geen oorzaak aanwijsbaar. Het is een storing in het afweersysteem zelf, vandaar de term auto-immuun. Het is de meest voorkomende vorm bij de hond.   IMHA kan ook veroorzaakt worden door een proces ergens in het lichaam. Er is een lange lijst met ziekten en processen bekend die secundaire IMHA kunnen veroorzaken. Ook kan IMHA veroorzaakt worden door het gebruik van bepaalde medicijnen, door een vaccinatie en door een bijensteek. Er zijn diverse infecties bekend die secundaire IMHA kunnen veroorzaken. Bij katten zijn dat bijvoorbeeld FeLV (het leukemie virus), FIV (kattenaids) en Mycoplasma. Een aantal tropische en subtropische parasieten als Babesia, Leishmania en Ehrlichia zijn, met name bij honden, gevreesde veroorzakers van bloedarmoede tengevolge van secundaire IMHA.
Kwaadaardige processen in het lichaam zijn soms ook de oorzaak van immuungemedieerde afbraak van rode bloedcellen. Bekend is het bijvoorbeeld van maligne lymfoom (lymfklierkanker) en leukemie. Een andere tumor die soms leidt tot IMHA is een bepaald type milttumor, het hemangiosarcoom.

Welke dieren kunnen IMHA krijgen

IMHA komt zowel voor bij honden als bij katten. Alle rassen en kruisingen kunnen erdoor getroffen worden, maar bij bepaalde hondenrassen zien we het vaker dan bij andere. Dit zijn onder andere Cocker spaniels, Poedels, Old English sheepdogs, Collies en Ierse setters.

Verschijnselen

De verschijnselen zijn afhankelijk van de ernst en de duur van de ziekte. Sloomheid, weinig uithoudingsvermogen, gebrek aan eetlust en bleke slijmvliezen zijn symptomen die meestal aanwezig zijn. In ernstiger gevallen zijn de dieren niet of nauwelijks nog in staat om te staan, is de ademhaling snel en oppervlakkig en is op de borstwand een bonzend hart te voelen. Soms is de urine rood gekleurd en zijn de slijmvliezen in bijvoorbeeld de mondholte geel gekleurd.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld via een uitgebreid lichamelijk onderzoek en een aantal specifieke laboratoriumonderzoeken. De meeste van deze bloedonderzoeken kunnen in het laboratorium van de EVBN uitgevoerd worden.

Behandeling

IMHA wordt onder andere behandeld met medicijnen die de afbraak van de rode bloedcellen remmen. Dit worden immunosuppresiva genoemd. Als er sprake is van secundaire IMHA dan dient uiteraard de onderliggende ziekte behandeld te worden. Omdat de afbraak vaak erg snel gaat is er nogal eens sprake van een ernstige bloedarmoede. In dat geval zal het dier een bloedtransfusie krijgen. IMHA is een ernstige aandoening waarbij voortdurend gecontroleerd en eventueel bijgestuurd dient te worden. Behandeling dient om die reden onder intensive care condities plaats te vinden.

De EVBN heeft voor dit doel de beschikking over een opnameruimte met 24 uurs bewaking.

Bloedgroepen bij de hond en de kat

Hoe ver de geschiedenis van de bloedtransfusies exact terug gaat is niet geheel duidelijk.  Zeker is wel dat rond het midden van de 17e eeuw de Franse arts Jean Baptiste Denis bloed van lammeren toediende aan mensen. Bij deze vroege bloedtransfusies traden dus dieren op als donor. Het zou echter nog enkele eeuwen duren voordat dieren ook bloed gingen ontvangen. Heden ten dage is het toedienen van een bloedproduct aan een hond of een kat een regelmatig uitgevoerde behandeling geworden. De Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland  levert jaarlijks vele eenheden bloed en plasma aan dierenartsen in Nederland en België, en het aantal groeit nog steeds sterk.

Voor het veilig toedienen van bloed aan dieren gelden dezelfde regels en voorzorgen als bij mensen. De vele overeenkomsten tussen de erythrocyten van mensen, honden en katten maken dat bij veterinaire bloedtransfusies nogal eens gebruik gemaakt wordt van  de kennis en ervaring met betrekking tot bloedtransfusies bij de mens. Er zijn echter ook verschillen tussen diverse species en dat laatste is zeker het geval waar het gaat om de bloedgroepen.

 

Bloedgroepen bij de hond

 

Al  snel na de ontdekking van het humane ABO bloedgroepsysteem door Landsteiner ontdekten Von Dungern en Hirszfeld in 1910 een viertal bloedgroepen bij honden. In 1962 publiceerden Swisher en Young(1) de resultaten van een studie naar de mechanismen van afbraak van erythrocyten, waarbij de hond als diermodel gebruikt was. Zeven bloedgroepantigenen werden door hen bij deze diersoort geïdentificeerd, die met de letters A t/m G aangeduid werden. Vervolgens werd een vijftal bloedgroepen ontdekt  door achtereenvolgens Bowdler et al (2), Suzuki et al (3), Colling and Saison (4) en Symons and Bell (5). Nog onlangs, in 2007, is een nieuw bloedgroepsysteem bij de hond ontdekt dat de naam DAL heeft gekregen, vanwege het feit dat bij Dalmatische honden dit antigeen vaak ontbreekt(6) .

 

Nadat aanvankelijk de letters A, B, C etc. gebruikt werden voor de naamgeving worden tegenwoordig de meeste bloedgroepen bij honden aangeduid met de letters DEA (Dog Erythrocyte Antigen), gevolgd door een volgnummer. Inmiddels zijn 13 bloedgroepsystemen beschreven bij de hond, waarvan een aantal genetisch en chemisch nog niet volledig  getypeerd  is (zie tabel 1). Met commercieel verkrijgbare antisera kunnen momenteel vijf bloedgroepantigenen aangetoond worden met behulp van een agglutinatie reactie. Tabel 1 geeft een overzicht met in de derde kolom de incidentie en in kolom vier de eventuele aanwezigheid van natuurlijke antistoffen.

DEA Oude naam Incidentie (%) Natuurlijke antistoffen
1 A 62 Nee
3 B 6 % 20 %
4 C 98 % Nee
5 D 23 % 10 %
7 Tr 45 % 50 %
DAL Waarschijnlijk algemeen voorkomend.Ontbreekt soms bij Dalmatiers Nee

Tabel 1 De belangrijkste bloedgroepen bij de hond

 

Uw hond of kat heeft bloedarmoede…wat nu?

Ook bij honden en katten komen aandoeningen voor waarbij het bloed niet voldoende meer in staat is om de normale taken naar behoren uit te voeren. Er is een flink aantal bloedziekten bij huisdieren bekend. Afbraak van bloedcellen, stollingsstoornissen, vergiftigingen, infecties, bloedparasieten, afwijkingen aan de rode bloedcellen, bloedkanker enz.  Zeer verschillende bloedziekten met verschillende oorzaken, maar vaak wel met hetzelfde gevolg: bloedarmoede. En omdat de belangrijkste functie van het bloed, het transport van zuurstof, letterlijk van levensbelang is, leidt bloedarmoede al snel tot een levensbedreigende situatie waarbij snel en deskundig ingrijpen noodzakelijk is. Dierenarts Cris van der Meiden, oprichter van de Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland, heeft zich gespecialiseerd in het onderzoek en de behandeling van honden en katten met bloedziekten. Dit vakgebied wordt de hematologie genoemd.

Waarom behandelcentrum voor bloedziekten?

Deskundigheid en ervaring op het gebied van de diagnostiek en behandeling van bloedziekten bij honden en katten

  • Snelle diagnose door uitgebreide laboratoriumfaciliteit
  • Bloed en bloedproducten van diverse bloedgroepen aanwezig
  • Intensive care opname met 24 uurs bewaking\
  • 24 uur per dag bereikbaar, 7 dagen per week
  • Behandeling wordt vergoed door de meeste ziektekostenverzekeraars

Meer weten of een afspraak maken?

U kunt ons op werkdagen telefonisch bereiken van 9.00 tot 17.00 uur. Een e-mail kunt u sturen sturen naar behandelcentrum@evbn.nl

 

Spoed

Ook voor spoedgevallen kunt u bellen met 0548 618 865. Buiten de openingstijden wordt u automatisch doorverbonden met de dierenarts van dienst.